Je staat er waarschijnlijk niet vaak bij stil, maar hoe je ademt vertelt veel over je spanningsniveau. Zowel in het fysieke als het mentale en emotionele domein. Alle niveaus van (in- en ont)spanning hebben nl. een eigen ademtempo en -diepte: sporten, wandelen, slapen, stressen, muziek luisteren, mediteren, enz. Ook gedachten, emoties en stemming hebben invloed op je manier van ademen.

Normaal gesproken verloopt het ademproces zonder dat je er bewust van bent. Maar soms valt je ademhaling je op, meestal omdat er iets hapert. Je bent bijvoorbeeld benauwd, snel buiten adem, kunt niet goed doorademen of je hebt een hoge adem of de neiging veel te zuchten. Misschien ben je zelfs wel eens naar de huisarts gegaan met hyperventilatieklachten.

Je ademhaling als indicator

Als je erop gaat letten zul je zien dat je ademhaling zich aanpast aan wat je lichaam vraagt en ga je ook bepaalde adempatronen herkennen. Meestal zijn dat verklaarbare patronen: als je een stuk hebt gerend adem je snel, groot en vooral in het bovenste deel van je romp; als je een tukje doet op de bank is je ademhaling kalmer, meestal kleiner en zakt wat lager richting buik.

Soms lijkt je ademritme minder logisch, bv. als je rustig op de bank zit – geen fysieke inspanning dus – en je ademt hoog, oppervlakkig en snel. Of je zit geconcentreerd te werken, turend op je beeldscherm en je merkt ineens dat je je adem compleet vastzet. Daaraan kun je dan zien dat er in één of meer domeinen van je systeem zóveel spanning zit dat je adem niet kalm, rustig en ruim kan zijn, terwijl dat wel bij jouw toestand en situatie van dat moment zou passen.

Je ademhaling is in dit opzicht een indicator: een instrument om je spanningsniveau te ‘meten’.

Je ademhaling als regulator

Het ademhalingsstelsel is een autonoom (zelfsturend) systeem. Net als bv. het hart- en bloedvatensysteem, zenuwstelsel, hormoonstelsel. Deze stelsels houden je onvermoeibaar in leven zonder dat je erbij hoeft na te denken.

De ademhaling is het enige autonome stelsel dat je met je wil kunt beïnvloeden. Je denkende hoofd (geest) werkt dan direct samen met je lichaam (ademhalingsstelsel). Tempo, diepte, regelmaat en adempauzes kun je dus bewust sturen. Er zijn technieken om jezelf op te peppen en ook om jezelf te kalmeren.

Je kunt je ademhaling dus naast indicator ook (leren) benutten als regulator: een instrument om iets aan je interne spanning te doen.

Je adem is de verbinding tussen lichaam en geest

Natuurlijke adembeweging

Een natuurlijke ademhaling is ‘alzijdig’. Bij een functionele adembeweging is je hele romp betrokken: buik, flanken, rug en borst. De beweeglijkheid van je wervelkolom – van bekken tot en met je nek-schoudergordel – faciliteert een ruime en natuurlijke adembeweging. Als je op je rug op een matje op de grond ligt en je bent écht ontspannen, is de adembeweging zelfs voelbaar door je hele lijf; van je hielen tot je kruin.

Een gevoel van rust, veiligheid en welbehagen

Een vrije, ruime ademhaling hangt samen met innerlijke kalmte en een gevoel van veiligheid. Als je last hebt van interne onrust en een hoge, snelle ademhaling en/of hartkloppingen, kun je proberen met rustige ademtechnieken je lichaam de informatie te geven dat er geen actie nodig is. Dat alles in orde is en dat het gerust mag zijn. Het sympathische deel van je zenuwstelsel doet een stapje terug terwijl het parasympathische deel (rem) actiever wordt. Je spierspanning en bloedsuikerspiegel gaan omlaag en je hart krijgt seintjes dat ‘de kust vrij is’ om langzamer en regelmatiger te gaan kloppen.

Je kunt het (weer) leren!

Rustige ademtechnieken… hoe werkt dat ook alweer…

Er zijn veel ademtechnieken en –cursussen, ieder met hun eigen doel. Zoals meer energie, transcendentie, makkelijker ontspannen, dieper ontspannen, enz. Op YouTube zijn veel video’s te vinden over dit onderwerp. Vaak is de aandacht eenzijdig gericht op de buikademhaling.

Helaas zijn er ook filmpjes die niet helemaal zonder risico zijn. Als je problemen hebt met je ademhaling en daarbij onrustig of angstig bent en/of hartkloppingen hebt, is de kans groot dat de ademoefeningen averechts werken. Door de focus op het ademhalen worden de onrust en angst vaak alleen maar groter. Een heel verklaarbare reactie, maar zéker een nare ervaring!

Een indirecte manier van oefenen – bijvoorbeeld een beweegoefening – is dan meestal beter, omdat zo je aandacht van het probleem wordt afgeleid en je adem via een omweg wordt beïnvloed. Onbewust en moeiteloos: na een poosje ‘indirect oefenen’ valt je ineens op dat je weer rustig bent, dat je adem is gekalmeerd en dat je hart rustiger klopt.

Wees dus kritisch als je instructiefilmpjes zoekt op het internet en kijk goed of het doel past bij jouw vraag! Wees realistisch en eerlijk over hoe je op dat moment in je vel zit. Soms is het verstandiger om onder begeleiding aan het werk te gaan.